Implantaat

Een implantaat is een kunstwortel, die in de kaak wordt geplaatst op de plaats van de wortel van de tand of kies die in uw gebit verloren is gegaan. De meeste implantaten zien eruit als een soort schroef en zijn gemaakt van titanium. Dit titanium is heel biocompatibel, dat wil zeggen dat het lichaam het niet afstoot, waardoor het bot er direct tegen aan kan groeien. Dit proces wordt osseointegratie genoemd. Van veel implantaten is het titanium oppervlak ruwer gemaakt, wat de botgroei rondom het implantaat versnelt en waardoor deze na de inheling ook vaster in het bot zal zitten.

Verschillende implantaten

De lengte en doorsnede van het implantaat zal gekozen worden aan de hand van de hoeveelheid beschikbaar bot, maar tevens zal de implantoloog of MKA-chirurg de diameter laten afhangen van het te vervangen gebitselement. Een ondersnijtand zal met een smal implantaat vervangen moeten worden en een kies zal idealiter met een breder implantaat vervangen worden. Mocht de breedte van de kaakwal niet voldoende zijn dan bestaan er nog mogelijkheden om deze te verbreden. Over het algemeen hebben de implantaten een doorsnede tussen de 3 en 6 mm en de lengten variëren ongeveer tussen de 6 en 16 mm. De MKA-chirurg maakt een keuze onder andere gebaseerd op de vorm van de kaak en de te vervaardigen kroon of prothese. Het tandheelkundige implantaat wordt in het bot gezet waarna er bot tegenaan groeit, zodat het echt vast zit in het bot (osseointegratie). Deze periode varieert van 6 weken tot 6 maanden. Dit is onder andere afhankelijk van de kwaliteit van het bot. Uw behandelaar bepaalt hoe lang deze periode dient te zijn. Na deze periode kan de een kroon, brug of prothese worden gemaakt op het implantaat.

 

Behandeling

De behandeling bestaat uit een aantal fases. Allereerst zal worden begonnen met het onderzoek en bespreken van het mogelijke behandelplan, in de volgende fase kunnen de implantaten operatief worden ingebracht. Indien noodzakelijk zal na het vastgroeien een tweede ingreep volgen om het implantaat ‘boven het tandvlees’ te halen (tweede fase ingreep). In de laatste fase wordt de constructie, bijv. een kroon of brug op de implantaten, gemaakt. Meestal kan de behandeling onder plaatselijke verdoving worden uitgevoerd. Soms wordt 1 uur voor de ingreep al medicijnen gegeven of voorgeschreven. Dit kan zijn een spoelmiddel, pijnstilling of antibiotica. Er wordt een opening gemaakt in het tandvlees, zodat de kaakchirurg bij het bot kan komen. Vaak is het nodig dat het bot wordt glad gemaakt. Daarna wordt de plaats bepaald waar de implantaten moeten komen. Vervolgens wordt met diverse boortjes ruimte gemaakt in het bot. Het implantaat kan er daarna ingezet worden, soms wordt het geschroefd en soms getikt. Daarna wordt de wond gehecht. Daarna kunt u weer naar huis. Meestal zult u een recept spoelmiddel en pijnstilling mee krijgen. Soms zijn de implantaten direct zichtbaar in de mond. In sommige gevallen zijn de implantaten volledig door tandvlees bedekt. In dat geval is een tweede ingreep nodig om de implantaten zichtbaar te maken. Dit is afhankelijk van het soort implantaat dat gebruikt wordt en de plaats waar het implantaat geplaatst wordt.

Nazorg

Wanneer worden implantaten geplaatst

Als de eigen tanden en kiezen inclusief de wortel niet (meer) aanwezig zijn kan gedacht worden aan het toepassen van implantaten. Enkele voorbeelden zijn: na een ongeval, na ontstekingen, bij gedeeltelijk- of volledig loszittend kunstgebit. Samen met uw behandelaar moet u overleggen of implantaten een goede oplossing voor u zijn. Er moet zowel voldoende hoogte en breedte zijn van het bot om een implantaat te kunnen plaatsen. Uw behandelaar kan dit voor u nagaan onder andere door röntgenfoto’ s. Als er onvoldoende bot aanwezig is kunnen implantaten niet zonder meer geplaatst worden. Indien onvoldoende bot aanwezig is betekend dit overigens niet dat implantaten niet mogelijk zijn. Er kan bot worden aangebracht, soms in een aparte operatie.

Hoe succesvol zijn implantaten

Indien voldoende bot aanwezig is, van goede kwaliteit, zijn implantaten, met name in de onderkaak, succesvol in meer dan 95% van de gevallen. Indien onvoldoende bot aanwezig is en er daarom bot aangebracht dient te worden is het succes-percentage geringer. Het is tevens gebleken dat bij rokers het succespercentage duidelijk minder is.